Reisdagboek Morocco
Daken van de medina van Marrakech in warm avondlicht

Tien woorden Darija die wij uit ons hoofd leren

In Marokko kom je met Frans en soms Engels een heel eind, maar de taal van de straat is Darija: het Marokkaans-Arabisch. Wij zijn geen taalwonders, en toch leren we voor vertrek een handjevol woorden uit ons hoofd. Niet om vloeiend te klinken, wel omdat een paar woorden in de eigen taal bijna overal een glimlach oplevert. Dit zijn de tien die op ons briefje staan.

Onze tien

  1. Salam (sa-laam): hallo. De korte, vriendelijke groet die overal past. Voluit is het “salam oe alaikoem”, maar “salam” alleen is prima.
  2. Shukran (sjoe-kran): dank je wel. Waarschijnlijk het woord dat wij het vaakst gaan gebruiken.
  3. Afak (a-faak): alsjeblieft, bij een verzoek. Handig om beleefd iets te vragen.
  4. La, shukran (laa sjoe-kran): nee, dank je. Vriendelijk maar duidelijk, bijvoorbeeld tegen een aanbod dat je niet wil.
  5. Wakha (wa-cha): oké, goed. Een woord dat je in Marokko de hele dag hoort.
  6. Bshhal? (besj-haal): hoeveel kost het? Onmisbaar op de markt.
  7. Ghali bezzaf (gha-lie be-zaaf): te duur. Het begin van elk vriendelijk afdingspelletje.
  8. Bslama (bes-la-ma): tot ziens. Een warme manier om afscheid te nemen.
  9. Smeh liya (smeh lie-ja): sorry, neem me niet kwalijk. Voor als je iemand per ongeluk aanstoot of ergens langs moet.
  10. Labas? (la-baas): gaat het goed? En als antwoord: “labas”, het gaat goed. Zo begint bijna elk gesprekje.

Over de uitspraak, eerlijk

Wij schrijven deze woorden op zoals ze voor ons klinken, niet volgens een officieel systeem. Darija ken je vooral uit horen, en de klanken liggen soms net anders dan je op papier zou denken. Onze aanpak: een filmpje erbij zoeken, hardop oefenen in de auto en accepteren dat we het niet perfect gaan zeggen. Dat hoeft ook niet. Uit alles wat we lazen komt hetzelfde terug: de moeite doet meer dan de perfectie.

Nog even dit

Marokko is talig rijker dan alleen Darija. In het noorden, rond Tétouan en Chefchaouen, hoor je veel Spaans. In de bergen en het zuiden spreken veel mensen Tamazight, de Berbertaal, met eigen woorden voor dezelfde begroetingen. En Frans is in winkels, hotels en op borden bijna overal aanwezig. We verwachten dus prima uit de voeten te kunnen, ook als ons Darija hapert.

Toch houden we vast aan dat briefje met tien woorden. Niet omdat het nodig is, maar omdat het iets zegt: we komen niet alleen kijken, we doen ook een beetje moeite terug. Hoe dat in de praktijk uitpakt, en welke woorden we onderweg spontaan oppikten, schrijven we later in het dagboek.